Artikelen en Onderwerpen
Omgaan met de nachtmerrie: slapen gaan

Klinkt dit scenario bekend? Je hebt je kind net ingestopt. Pyjama is aan, tanden gepoetst, verhaaltjes zijn voorgelezen. Je gaat net zitten om te ontspannen, wanneer je een angstig stemmetje hoort: "Mama, ik wil nog een kus." Natuurlijk ga je er nog een keer heen, stopt je kind weer in en zegt vastberaden welterusten. Dan staat hij opeens in de deuropening met tranen en wil hij niet naar bed. Je laat hem even zitten, stopt hem weer in, en zo herhaalt het ritueel zich keer op keer, terwijl jij je afvraagt of hij ooit zal gaan slapen.

Dit kleine drama - of een variatie op dit thema - gebeurt in duizenden gezinnen elke avond weer. Het probleem is niet levensbedreigend, maar geeft wel een gespannen sfeer in het hele gezin. Naast jou en je kind, zijn er nog drie dingen in dit plot die meespelen:
1. De hoeveelheid slaap die een peuter nodig heeft.
2. De controle.
3. Angsten.

We bekijken elk aspect apart.
Hoeveel slaap?
De meeste boeken geven aan dat een gemiddeld kind van twee jaar ongeveer 14 uur slaapt van de 24 uur, waarvan twee een middagdutje zijn. En dat is ongeveer wat ouders geloven dat een tweejarige nodig heeft aan slaap - vooral de 12 uur 's nachts. Niets is zo fijn voor een goedlopend huishouden als wanneer je kind om 7 uur naar bed gaat en dan om 7 uur 's ochtends weer wakker wordt. Maar in echte gezinnen gebeurt dit niet vaak zo. Een gemiddelde van 11-12 uur betekent dat sommige kinderen 9-10 uur slapen, en andere 13-14 uur. Het kind dat hierboven beschreven wordt, kan in het 9-10 uur slaapgemiddelde zitten. Als dat het geval is, en de ouders staan erop dat een kind naar bed gaat, vragen ze om een conflict. Een kinds idee van bedtijd kan anders zijn dan het idee van de ouders.

Het eerste advies is om te kijken hoeveel slaap je kind echt nodig heeft. Probeer dit eens een week: maak je kind klaar om naar bed te gaan op de gewone tijd, maar sta er niet op dat hij meteen naar bed gaat. Laat hem eerst nog wat spelen, of een boek lezen. Wanneer je ziet dat hij moe aan het worden is (gapen en het wrijven in de ogen), zeg dan kalm dat het tijd is om naar bed te gaan. Hij zal waarschijnlijk minder protesteren en het drama van uit bed komen zal minder vaak voorkomen. Deze verandering in routine kan aangeven dat je hem te vroeg op bed hebt gelegd. Kijk ook hoe laat hij wakker wordt. Als hij op dezelfde tijd wakker wordt, heeft hij waarschijnlijk minder slaap nodig. Als hij later wakker wordt, heeft hij wel meer nachtrust nodig, maar is zijn biologische klok anders. Je moet misschien in de avond en morgen wat aanpassingen maken. Dit kleine experiment is een goede eerste stap.

Wie heeft er de controle?
Het tweede aspect van het nachtelijke probleem is de strijd om macht. Tweejarigen willen alles onder controle hebben. Waarom zou dat met naar bed gaan anders zijn? Maar als ouder wil je controle hebben over je eigen kind. Dat leidt tot een constant gevecht - en daarna tot een impasse. Een effectieve manier om aan je kinds behoefte te voldoen, is door hem controle te geven over minder belangrijke dingen, en daarbij zelf de controle houdt over de belangrijke dingen. Je laat hem vast wel eens kiezen wat hij wil eten (maar niet alleen maar snoep), je laat hem vast ook wel eens kiezen wat hij aantrekt (maar geen T-shirt in de winter). Wees dus ook wat milder met de bedtijd: je geeft het gevoel dat je naar hem luistert, maar laat het niet te extreem doorgaan.

Zolang het samengaat met de rust in de familie, kan bedtijd ook een keuze zijn voor de peuter, of hij kan die op zijn minst beïnvloeden.

Angsten
Het maakt niet uit hoe veilig je kind zich voelt, en hoe beschermd en geliefd, het 'weggaan' en 'bewusteloos' raken van slapen kan hem toch angstig maken. Het kan een rol spelen bij het naar bed gaan. Soms vecht je kind tegen de slaap vanwege bepaalde angsten: het alleen zijn, het donker, het laten gaan van de leuke dag.

Om deze angsten weg te nemen, moet je eerst inzien dat ze er zijn. Dat zou makkelijk moeten zijn, omdat iedereen deze angsten op een lager niveau wel heeft. Maar volwassenen weten dat er weer een morgen zal verschijnen. Dus help je peuter omgaan met deze angsten, en geef hem wat extra steun wanneer het bedtijd is. Blijf een tijdje in de kamer wanneer de lichten uitgaan, ga even bij hem liggen en stel hem gerust dat er morgen weer een dag is. Als het nodig is om bij hem te blijven, is het vaak beter om dat in zijn bed te doen, dan in je eigen bed.
Dr. Bettye M. Caldwell Ph.D. Professor of Pediatrics in Child Development and Education