Artikelen en Onderwerpen
Over taalontwikkeling
U kent vast wel het tv-spel "Wie is de Mol?" waarin de kandidaten 20 vragen moeten beantwoorden. Dit jaar heb ik van ouders heel wat meer dan 20 vragen over spraak en taalontwikkeling mogen ontvangen. Daarom zou "20 antwoorden op vragen over taalontwikkeling" een goede titel zijn voor dit artikel, waarin alle vragen worden beantwoord.

In een ander artikel voor deze website ("In zoveel woorden") stel ik ouders gerust die zich zorgen maken omdat hun kind wat laat met praten is. Ik herinner hen eraan dat kinderen niet allemaal op gelijke leeftijd dezelfde taalontwikkeling doormaken. De "gemiddelde" leeftijd is niet altijd maatgevend.

In dit artikel bespreek ik 20 manieren om de taalontwikkeling van jonge kinderen te bevorderen. Dit artikel is deels gebaseerd op een presentatie die ik een paar jaar geleden samen met mijn vriendin en collega Dr. Alice Honig van de Syracuse University heb gegeven op een bijeenkomst van de National Association for the Education of Young Children. De presentatie was bedoeld voor docenten, maar onze aanbevelingen zijn minstens zo belangrijk voor ouders. Deze aanbevelingen zijn van toepassing op alle kinderen, of ze nu te langzaam, normaal of te snel in hun taalontwikkeling zijn.

Hier volgen onze 20 antwoorden met aanbevelingen.

1) Reageer met geluid op geluid en met spraak op spraak. Wanneer uw baby brabbelgeluidjes maakt, kunt u gewoon antwoorden met dezelfde geluidjes. Doe soms alsof u precies weet wat die geluidjes betekenen: "Oh, je wil graag uit je wiegje, hè?" Maak soms alleen maar grappige geluidjes als antwoord.

2) Neem iedere dag de tijd om bij uw baby te zitten en "te praten". Vaak neemt de verzorging van uw baby zo veel tijd in beslag dat het moeilijk is om een paar momenten vrij te maken om gewoon even met uw kind "te praten." En sommige ouders voelen zich een beetje opgelaten als zij met een baby praten. Maar dit is een heel belangrijke vorm van interactie. Houd uw gezicht dicht bij dat van uw baby en praat gewoon over dingen die u te binnen schieten. Het maakt niet uit over wat. En geef uw baby voldoende tijd om te "antwoorden."

3) Spreek duidelijk. Veel mensen spreken vaak onduidelijk. Bovendien zijn er in onze omgeving vaak een heleboel dingen die geluid produceren (wasdroger, vaatwasser, radio, tv, telefoongesprekken). Te veel lawaai staat een goede taalontwikkeling in de weg.

4) Laat het verband zien tussen woorden en handelingen. Maak gebaren terwijl u met uw kind praat. En laat het verband zien tussen woorden en handelingen. "Ik ga nu iets voor je uit de kast pakken" (wijs naar de kast terwijl u ernaartoe loopt).

5) Vertel baby wat u aan het doen bent. Een ouder is soms net een verslaggever die het laatste nieuws brengt. Vertel uw kind wat u aan het doen bent. "Ik ga nu deze kleren opbergen, en daarna gaan we boodschappen doen." Geef de belangrijkste woorden extra nadruk.

6) Gebruik gebaren tijdens het praten. Speel spelletjes zoals "Klap eens in je handjes" en "Zo groot" zodra uw kind rechtop kan zitten. Als uw kind iets ouder is, kunt u "doen alsof" spelletjes spelen. Zeg tegen uw peuter terwijl u hem uit het autostoeltje pakt "Oef, je wordt al zo groot dat ik je nauwelijks meer kan tillen." Er zijn zelfs taaldeskundigen die vinden dat we heel jonge kinderen gebarentaal moeten leren. Een fascinerend idee.

7) Pas op bepaalde punten uw taalniveau aan dat van uw kind aan. Dit betekent niet dat u altijd babytaal moet praten of alleen korte zinnetjes mag gebruiken. Maar als uw baby zijn oma "omie" gaat noemen, kunt u dit gerust overnemen. Maar gebruik ook "correcte" en duidelijke taal. Het is belangrijk dat volwassenen duidelijk en correct tegen jonge kinderen praten.

8) Stimuleer uw kind tot nadenken. Zeg dingen die uw kind aanzetten tot nadenken. "Waar heb je je trui gelaten?" "We gaan vandaag in een restaurant eten. Ga je jas maar halen." Met dergelijke zinnen stimuleert u het geheugen van uw kind en wordt uw kind zich ervan bewust dat gebeurtenissen elkaar opvolgen.

9) Gebruik werkwoorden, die zijn het 'smeermiddel' van de taal. We denken al snel dat kinderen genoeg hebben aan het leren van zelfstandige naamwoorden. Maar goed taalgebruik vereist de juiste toepassing van werkwoorden. Geef bijvoorbeeld "gaan" even veel nadruk als "ritje" als u "We gaan een ritje maken" zegt.

10) Stel uw kind veel vragen vanaf zijn eerste verjaardag. Niets stimuleert het denkproces zo goed als een vraag, want uw kind kan alleen antwoorden op een vraag als hij daarover eerst heeft nagedacht. Als uw kind iets ouder is en beter heeft leren praten, kunt u zijn vragen met wedervragen beantwoorden. Zorg ervoor dat u vragen stelt waarop meer dan één antwoord mogelijk is. Vraag bij het voorlezen van een boek bijvoorbeeld "Wat denk jij dat dit meisje nu gaat doen?"

11) Leer uw kind om goed te luisteren en te kijken. Wijs interessante dingen aan als u met uw kind in de auto zit. Laat niet steeds de radio of cd-speler aanstaan in de auto. Speel alleen cd's als u zeker weet dat uw kind ernaar luistert.

12) Zeg ook vrolijke en positieve dingen tegen uw kind. Sommige kinderen horen bijna alleen maar negatieve dingen: "Wees eens stil." "Kom daar eens vanaf." "Je mag je broertje niet slaan." Als uw kind bijna alleen maar negatieve dingen hoort, zal hij weinig plezier in praten hebben.

13) Help uw kind zijn gevoelens tot uitdrukking te brengen en leer uw kind welke woorden hij daarvoor kan gebruiken. "Ben je verdrietig vandaag?" "Volgens mij ben je een beetje boos." "Ik vind het fijn dat jij je speelgoed met je zusje deelt." Uw kind kan beter met zijn gevoelens omgaan wanneer hij de woorden kent waarmee hij die gevoelens kan beschrijven.

14) Heb geduld wanneer uw kind iets probeert te vertellen. Sommige kinderen zoeken naar woorden en kunnen dingen niet zo goed onder woorden brengen. Veel kinderen (vooral jongens) herhalen letters, lettergrepen of woorden als zij iets proberen te vertellen. Wacht rustig af tot het uw kind lukt zijn verhaal te vertellen. Wat u ook doet, zeg nooit dingen als "Praat eens wat langzamer en herhaal niet steeds dezelfde dingen."

15)Voorlezen is een must. Er mag geen dag voorbijgaan zonder dat u minstens één boekje, en bij voorkeur twee of drie boekjes, heeft voorgelezen. Maak echt een uitje van tochtjes naar de bibliotheek. Laat uw kind op plaatjes dingen aanwijzen. "Wijs het hondje eens aan."

16) Laat kinderen zien wat de relatie tussen mondelinge en geschreven taal is . Dit houdt verband met de vorige aanbeveling. Laat uw kind in de peuterleeftijd belangrijke woorden zien door ze aan te wijzen. Vertel het verhaal uit een favoriet boek en zeg "Als ik het verhaal niet voorlees uit het boek, vertel ik het steeds een beetje anders dan in het boek staat."

17) Leer uw kind vriendelijke woorden die complimenten, beleefdheid en goedkeuring uitdrukken. Is er een belangrijker woord in de taal dan "dankjewel"? Nou ja, misschien "alsjeblieft." Deze woorden kan uw kind al op jonge leeftijd leren en ze moeten regelmatig worden gebruikt, zowel door u als uw kind.

18) Leer uw kind dingen onthouden. Al eeuwenlang zijn kinderen dol op eenvoudige rijmpjes en kinderliedjes. Leer uw kind een paar populaire rijmpjes en liedjes. En leer uw kind zijn naam en de namen van de andere gezins- en familieleden. Leer uw kind zijn adres en telefoonnummer als hij ongeveer vijf jaar oud is.

19) Leer uw kind liedjes zingen. Zing (en dans op) bekende liedjes. Leer uw kind liedjes en laat hem deze liedjes voor familieleden en buren zingen (als hij dat tenminste leuk vindt).

20) Luister naar uw kind. Met deze aanbeveling is de cirkel rond. Aanbeveling 20 is een logisch gevolg van Aanbeveling 1, waarin u wordt aangeraden om op elk geluid van uw baby te reageren. En u kunt niet reageren als u niet luistert. Kinderen praten niet als er niemand naar hen luistert. Het is daarom belangrijk dat u naar uw kind luistert!

Deze 20 aanbevelingen zijn een eenvoudige manier om de taalontwikkeling van uw kind te bevorderen. U hoeft ze niet uit uw hoofd te leren maar het zou geen kwaad kunnen als u ze zo nu en dan eens opnieuw zou doorlezen. Want net als kinderen iets niet meteen leren en herhalingen nodig hebben, kunt u ook niet meteen alles onthouden. Deze aanbevelingen vormen een kader waarbinnen kinderen zich tot volwaardige mensen kunnen ontwikkelen: mensen die in staat zijn doeltreffend te communiceren met andere mensen. U speelt daarin een belangrijke rol.

Dr. Bettye M. Caldwell Ph.D. Professor of Pediatrics in Child Development and Education