 
 |
- Hij is erg mobiel, hij kan lopen en rennen.
- Hij kan speelgoed met zich meetrekken.
- Hij kan de trappen op een fiets.
- Hij combineert polsbewegingen met loslaten.
- Hij kan een bal gooien.
- Hij kan met blokken bouwen.
- Hij kan iets op papier krabbelen, maar het betekent nog niets.
- Hij kan met klei spelen maar er nog niets van maken.
- Hij reageert op jouw stemmingen, en kan vreugde en frutratie uiten.
- Hij heeft een woordenschat van de 50 tot 200 woorden. De ene week kan hij een hoop woorden toevoegen, de andere week leert hij niets bij.
- Hij probeert constant dingen uit en oefent veel.
- Hij kan simpele aanwijzingen opvolgen.
|
|
 |
 
 |
-
Speelgoed dat oog-hand coordinatie verfijnt
-
Slow, battery-powered ride-ons
-
Grow-with-me ride-on toys
-
Auto's, trucks voertuigen, treinen
-
Huishoudelijk speelgoed
-
Poppen en accessoires
-
Boeken met veel plaatjes
-
Krijtjes
-
Klei
-
Tafels en stoeltjes op kinderformaat
|
|