 
 |
- Hij beweegt zich langs de meubels heen, en staat zonder je hulp.
- Zijn gebrabbel begint op een taal te lijken.
- Hij trekt zichzelf op en gaat met veel zelfvertrouwen zitten.
- Hij weet dat kleine dingen in grote voorwerpen passen.
- Hij reageert op een of twee commando's.
- Hij kent het woord "nee", maar dat zal hem niet altijd tegenhouden om dingen toch te proberen.
|
|
 |
 
 |
-
Speelgoed dat je aan elkaar kan bevestigen
-
Speelgoed dat je kan duwen of mee kan trekken
-
Speelgoed dat je kan stapelen voor bevordering van de oog-hand coordinatie
-
Buitenspeelgoed
-
Speelgoedtelefoon
-
Zachte bal met verschillende patronen
|
|