 
 |
- Hij trekt zichzelf op en verandert zijn houding terwijl hij beweegt.
- Hij kan alleen zitten en grijpt naar speelgoed zonder dat hij omvalt.
- Hij kan een bal opvangen als je die direct naar hem rolt.
- Zijn handen zijn vaardiger en zijn bewegingen meer opzettelijk en gevarieerd.
- Hij brengt speelgoed van zijn ene hand naar zijn andere handHe passes toys from one hand to the other.
- Hij begint signalen af te geven - strekt zijn armen uit als hij opgetild wilt worden en slaat met zijn lepel als hij wilt eten.
- Hij kan je blik volgen, en kijken naar waar jij naar kijkt.
|
|
 |
 
 |
-
Speelgoed waarmee je kan bouwen, sorteren en stapelen
-
Speelgoed dat fysieke ontwikkeling aanmoedigt, zoals kruipen en lopen
-
Speelgoed met draaischijven en drukknoppen
-
Language development toys
-
Vroeg rollenspel speelgoed, zoals een telefoon
-
Vorm sorteerders
|
|